De maand juli
| De Zadelzwam (Polyporellus squamosus) kan
ook 's zomers aangetroffen worden op boomstronken van meest dode bomen
(hier langs de Kwakelweg (tussen de Gaag en
de Vlieten). Een aantal van deze zwammen, 20 tot 30 cm diameter, groeien
daar onderaan aan een boomstam. De waaier- tot niervormige witte tot
bruingele hoed is bezaaid met schubben. De jonge, nog niet leerachtige
vruchtlichamen zijn eetbaar (de smaak is melig en komkommerachtig). De
Zadelzwam komt voor van het voorjaar tot in de winter. |
 |
Kijk uit voor de Waternavel!!!
| Een jaar of 5 geleden boden tuincentra de uit Zuid-Amerika (Argentinië)
afkomstige Grote Waternavel (Hydroctolyle
ranunculoides) voor het eerst aan. Na op diverse plaatsen te zijn
verwilderd, vormt hij inmiddels een groot probleem in een breed gebied,
vooral in de regio van de Maas en de Dommel. |
|

foto: Waterschap de Dommel
|
De soort blijkt onze zachte
winters te overleven en de waterschappen zijn bezorgd voor een groeiexplosie van deze plant. Zelfs een klein stukje van de plant groeit in
korte tijd uit tot een grote plant. Het ministerie van Landbouw,
natuurbeheer en visserij heeft gevraagd om een bezits- en handelsverbod
van deze plant Kom je deze waterplant in het wild
tegen: meld dit zo snel mogelijk bij het waterschap!!! Bekijk
hier een site over de verwijdering van Waternavel. |
|

De middelste bloem, de zogenaamde peenbloem, is in de regel
donkerviolet.
|
Ook de Peen (Daucus carota) is een tweejarige plant uit
de familie schermbloemige. Van juni to september staat deze plant vaak
langs waterwegen, fietspaden en bermen. De bloemen zijn wit of gelig tot
zachtroze. De bladeren zijn twee- tot drievoudig geveerd. De bladdelen
zijn veerspletig, terwijl de bovenste liniaalvormig zijn. De bloemen
bloeien van juni tot september. |
 |
 |
Wie regelmatig langs de Vlaardingsevaart over de dijk van de Duifpolder
loopt moet de grote sortering van vetplanten en cactussen hebben opgemerkt
en misschien ook wel bewonderd. Een groot aantal kistjes staat opgesteld
naast een glastuinbouwbedrijf. Je zou kunnen zeggen dat dit het resultaat
is van een enigszins "uit de hand gelopen hobby". Maar wel een
leuke! |
 |
Beide planten, links en rechts komen voor in de vochtige en drassige
gebieden. De Grote kattestaart
(Lythrum salicaria), links, is een grote, tot meer dan 1 meter,
overblijvende plant. De bladeren zijn lancetvormig. Er staan steeds 6
bloemetjes bij elkaar. Kattestaart is een pionier, die verdwijnt
zodra de oever verlandt en andere plantensoorten komen. Bloeitijd juli -
september.
De Moerasandoorn (Stachus palustris)
is een overblijvende plant die tot 1 meter groot kan worden. Bloeitijd
juni - augustus. De Bosandoorn lijkt op deze plant maar heeft bredere
bladeren.
Zowel de Kattestaart als de Moeras- en bosandoorn zijn ook bekend als
een wondkruid voor de genezing van wonden. |

Moerasandoorn
|
|

Detail van de Kattestaart
|
De Egelskop (Sparganium erectum),
rechts, is een tot 50 cm hoge, overblijvende moerasplant. De wortelstok
is dik met uitlopers. Bladeren zijn taai, opgericht en naar de spits
wigvormig. De eenslachtige bloemen staan op een kogelvormige knoest.
bloeitijd juni - augustus.
Planten zijn te vinden langs de Vlaardingsevaart en de Kwakel. |
 |
| Ook de Moerasspirea
(Filipendula ulmaria) komt, zoals zijn naam aangeeft, voor in
moerassen en natte weiden. Het is een grote, 60-150 cm, plant met
een dichte, rijke bloeiwijze. De plant verspreid een zoet
amandelachtige geur. De wortelstok werd vroeger gebruikt om bier
te brouwen. Bloeitijd juni - augustus. |
| De bloemen zijn roomwit met vijf of zes kroonbladeren.
De plant komt veelvuldig voor op de rietlandjes van de
Vlieten bij Schipluiden en Maasland. |

|
|
|
 |
De grootste planten familie is die van de Composieten. Hun bloemen
lijken op één bloem, maar bestaan eigenlijk uit een dichte bloeiwijze van vele
kleine bloemen. Er zijn drie soorten:
- bloemen met alleen buisbloemen (b.v. distels).
- bloemen met alleen straalbloemen (b.v. Paardebloem).
- bloemen met straal- en buisbloemen (b.v. Madeliefje).
Vaak zijn er veel op elkaar lijkende soorten die zich lastig laten
determineren. Hier volgen een paar distels.
|

|

Detail Speerdistel, de bladvorm is duidelijk te zien. Het paarse hoofdje
bestaat uit een groot aantal buisbloemen
|
Links de Speerdistel (Cirsium
vulgare) met zijn karakteristieke bladvorm. Komt vooral voor op
stikstofrijke of overbemeste bodem. De plant kan 150 cm groot worden.
Bloeitijd juni - september.
|
| Rechts-onder de Knikkende
Distel (Carduus nutans) waarvan de volwassen bloemen knikken.
Tot 100 cm hoog. Komt voor op dijken en ruige graslanden. Elk hoofdje
bestaat uit meer dan 100 zoetgeurende bloemen. Bloeitijd juni -
september. |
|

Kruldistel kan tot 2 meter hoog worden
|
Links de Kruldistel (Carduus crispus).
De stengel heeft over de volle lengte gevleugelde stekels. Drie tot 5
hoofdjes staan bijeen op korte stelen. Komt overal voor op voedselrijke
bodem. Bloeitijd juli - september. |

Knikkende distel langs de A4
|
| Ook een groot aantal gele composieten lijken veel op
elkaar. Hieronder staan er drie afgebeeld. |
|

Akkerkool
|

Akkermelkdistel
|

Echt bitterkruid
|
Akkerkool (Lapsana Communis) is een kleine/middelgrote plant. Bladeren
zijn eirond, spits en getand. De gele
hoofdjes hebben een losse pluim (10-20 mm) die zich niet opent bij somber weer. Bloeitijd juni -
oktober. De Akkermelkdistel (Sonchus
arvensis) is een grote plant met 25-35 mm grote gele hoofdjes.
Bloeitijd juli - september. Het Echt bitterkruid
(Picris hieracioides) is en middelgrote, 30-80 cm hoge plant. Vertakte stengel
met hoofdjes van 20-35 mm. Bladeren zijn lancetvormig. Bloeitijd juli - oktober. Alle
drie soorten komen voor op grazige gronden, dijken en weilanden.
02 april 2008
|